Overslaan en naar de inhoud gaan

Werken aan ruimte voor natuur en water

Wie langs de Dommel bij Sint-Oedenrode wandelt, ziet misschien een rustig riviertje. Maar schijn bedriegt. “In dit gebied hadden mensen al jaren last van natte voeten”, vertelt Hannelore Verhoeks, werkvoorbereider bij Van der Ven. “Bij flinke regenval kon de rivier het water niet kwijt.” Juist daarom werd het gebied de afgelopen anderhalf jaar flink aangepakt.

Voor het project Klimaatrobuust Beekdal werd het winterbed van de Dommel vergraven. Daardoor krijgt het water meer ruimte als het hoog staat. Ook werd een overstroomgebied aangelegd: een plek waar het water naartoe kan als het écht hoog komt te staan. “Zo blijft de waterstand in de rivier beter beheersbaar en ligt het gebied erachter veiliger.” Dit project deden we samen met Martens en Van Oord.

Een puzzel van bruggen, paden en water

Het project vroeg om meer dan alleen grondwerk. Bruggen moesten worden verlengd, nieuwe bruggen aangelegd en kabels en leidingen aangepast. Zelfs een lokale kanovereniging moest verhuizen. “Zo’n project is een grote puzzel waarin alles moet samenkomen.”

Toch draait het uiteindelijk om meer dan techniek. Door de Dommel weer te laten meanderen en nieuwe bomen te planten, krijgt de natuur opnieuw de ruimte. “Het mooiste moment is als je elke dag even over het werk loopt en ziet hoe het gebied zich ontwikkelt. Dan zie je alles langzaam op zijn plek vallen.”

Het mooiste moment is als je elke dag even over het werk loopt en ziet hoe het gebied zich ontwikkelt.

Waar vogels hun plek vinden

Die ruimte voor natuur speelt ook een grote rol in een ander project waar Van der Ven (samen met Martens en Van Oord) aan werkt: een natuurontwikkelingsgebied bij Bodegraven. Daar wordt gewerkt aan honderden hectares nieuw leefgebied voor weidevogels. Door de bovenste laag van een deel van weilanden af te graven en de waterstand slim te reguleren met kleine dammen en stuwen, ontstaat een landschap met verschillende natte en droge zones.

“Door die variatie verandert de begroeiing en trek je meer soorten weidevogels aan”, legt Hannelore uit. “Zo ontstaat er een natuurverbinding: een gebied waar dieren zich kunnen vestigen en zich makkelijker kunnen verplaatsen tussen de aanliggende natuurgebieden.”

Het grotere belang

Volgens Hannelore gaat natuurontwikkeling uiteindelijk over balans. “We gebruiken steeds meer ruimte voor steden en landbouw. Maar de natuur heeft ook ruimte nodig om te blijven bestaan.”

Ze hoopt dat mensen dat steeds beter gaan begrijpen. “Als je over tien jaar terugkomt en ziet dat bomen zijn gegroeid, vogels terugkomen en een gebied weer écht leeft, weet je waar je het voor doet. Zulke plekken zijn niet alleen belangrijk voor dieren, maar ook voor mensen en onze toekomst.”